Zuidelijk
Door: Jordi
Blijf op de hoogte en volg Jordi
31 December 2016 | Nieuw Zeeland, Nelson
Om Mt. Taranaki te kunnen beklimmen heb ik informatie, waaronder een weersvoorspelling, nodig. Dingen waarin het lokale informatiecentrum (in bijna elke noemenswaardige plaats gevestigd) mij hartelijk van voorziet. Het is misschien mogelijk de top te bereiken zonder uitrusting en morgen belooft een goede dag te worden. Bij een ander infocentrum verteld men mij echter dat het zonder ijsijzers en ijsbijlen niet te doen is. We gaan het meemaken. Ik vertrek vroeg, het eerste gedeelte van is dom omhoog lopen. Kan ik. De hoogte in gaat het zeker, en de eerste belofte op uitzicht is goed. Korte groeten aan mensen die ik passeer, veel zijn het er niet. Wolkenflarden zweven af en aan. Ik haal nog enkele mensen in en iedereen levert een gesprekje op over de mogelijkheid de top te bereiken. Niet dat ik geobsedeerd ben.
Echte klimmen, met handen en voeten. De rotskam die ik volg wordt steeds smaller, aan weerskanten bevind zich ijs. Het laatste stukje kam loopt langs een rotswand en gaat over in een recht stuk, die leidt naar een kloof. Gevuld met ijs. Ik kan de top ruiken, zien, en bijna aanraken, de afstand is slechts enkele honderden meters weg, misschien 50 meter in hoogte. In het informatiecentrum hield men me al voor, omhoog gaat misschien wel, maar je moet ook weer naar beneden. Er zijn van die momenten waarop je verstandig moet zijn, waarop je moet zeggen; het is mooi geweest. Alleen niet vandaag. Stuk lopen over het ijs, blik gericht op de steile witte muur die ik op wil. Het oude spoor dat omhoog loopt is mijn gids. Ik worstel en kom boven, compleet met triomfantelijke kreet. De wind blaast me zowat van de top. De laatste meter, het hoogste punt, laat ik voor wat het is. Is belangrijk voor de Maori, en wat respect kost niets.
Wat me wel iets kost is de terugweg. Plaatsnemen op het zitvlak en glijden. Snelheid reguleren valt niet mee en m’n recente sandboardavontuur schiet door mij heen. Ik voel iets knakken. Mijn trouwe en niet zo onverwoestbare loopstok, heb ik weer. Voor de rest blijft de schade beperkt tot wat kou en nattigheid op eerder genoemd lichaamsdeel. Een mooi plekje uit de wind doet dienst als brunchlocatie. Ik zit vlak boven de wolken, in de verte zie ik het Tongariro-gebergte, vanwaar ik een paar dagen geleden deze berg zag liggen. Op de terugweg stelt men die ene vraag. Kun je naar de top? Ja. Maar het is lastig, wees voorzichtig. Succes. Beneden wacht een welverdiende kop koffie. Ik probeer nog beklimkorting te bedingen, maar zelfs dat zit er niet in. Je vraagt je af waarom je het doet.
Behoorlijke rit naar Wellington, de uitdaging is een geschikte parkeerplaats. Na enige aarzeling eindig ik vlakbij de universiteit, naast de tennisclub. Members only. Als er één ding onaangenaam zou zijn, is het wel een weggesleepte auto. Wat rondvragen brengt me op straat, waar ik als het goed is tot de volgende morgen mag blijven staan. Eindelijk tijd om te stad te verkennen. Wellington bruist! Geen overmatig rechttoe-rechtaan gedoe, de straten zijn organisch ontstaan. Gebouwen met karakter, geen eenheidsworst. Balen dat ik hier maar een paar uur ben. Rondlopend kom ik al gauw op de Cubastraat, waar veel cafés en restaurants, alsmede hipsterwinkeltjes zijn gegroepeerd. Mensen, geluid, een laatste zonnestraat en een flinke vlaag wind. Sfeervol. Ik neem een tijdje plaats in een bar, eet wat, maak een praatje, observeer. De vermoeidheid slaat toe en omdat het ook niet echt warm is heb ik weinig keuze dan naar mijn gelegenheidsbed te gaan. Omdat ik ergens heel vroeg in de ochtend de ferry pak, breng ik een korte nacht door in de auto. Laat dat nou net niet mogen. Ik verplaats naar een beschutte plaats waar ik de kans op ontdekking het kleinst acht. Het vinden van de minst oncomfortabele opstelling kost de nodige tijd, ontspannen lukt niet. Verder dan een hazenslaapje kom ik niet.
Blij als ik eindelijk naar de ferry kan. Wachten, opstellen, parkeren en een stoel zoeken om de nacht af te maken. Dommelen. Zei iemand daar zonsopgang? Ideaal is het niet, zo’n nachtelijke ferry. Maar precies bij het binnenvaren van het eerst fjord wordt het lichter en kan ik mijn eerste blik op het Zuidereiland werpen. Zuid toont zich meteen al ruiger, meer onontgonnen. De zon komt op. En dat vergoed alles. Uitladen en de eerste km’s maken. De wind slingert me heen en weer tussen de witte lijnen. Grijze wolkformaties laten hun lading vallen, er is net genoeg zon voor een regenboog. De weg voert me door wijngaarden en bergen, bevlekt met schapen, als maden op een groen tapijt. Ik zit te knikkebollen, ontbijtstop in een gehucht, waar de bedienster ‘thank you, dear’ zegt als ik het lege kopje terugbreng. Wat rondlopen in Nelson, naar ‘het centrum van NZ’. De poncho houdt alleen het bovenlijf droog. Ik vind een boek en vermaak me daar de rest van de regen mee.
-
31 December 2016 - 10:57
Monique Otten:
Hoi Jordi, leuke verslagen schrijf je. Zo levendig dat ik de foto's, die d'r niet zijn niet eens mis. Ik kijk uit naar je volgende verslag.
Lieverd heel veel plezier en mooie ervaringen toegewenst en een goed begin van 2017 met heel veel reisplezier.
Groet van hier.
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley