Laatste
Door: Jordi
Blijf op de hoogte en volg Jordi
27 April 2015 | Sri Lanka, Weligama
Aan de oostkust van het eiland strijk ik weer neer aan het strand in een charmante hut met openluchtbadkamer en veranda met hangmatten. Verse sap erbij. Het doet hier een stuk minder bewoond aan, veel ongebruikte grond en met niet zo heel veel moeite zijn er genoeg tsunami-overblijfselen te vinden. Verder verkenning van de omgeving. De kustlijn blijft mijn blik trekken, zelfs in een mate dat ik vergeet op de weg te letten. Zandkuil. Ik sta zo goed als stil, het is meer uit verbazing dat ik niet reageer en voor ik het door heb kom ik bijna voorzichtig in aanraking met de grond. Alleen niet zo zacht dat ik ongedeerd blijf. Geen littekens om over op te scheppen, het blijft bij een paar krassen. Lastige vragen door de verhuurder zijn eenvoudig te vermijden, kwestie van inleveren als het donker is.
Ook het openbaar vervoer is mijn veelgebruikte vervoersmiddel om te reizen, hoewel langzaam zijn de prijzen meer dan redelijk. Er heerst een interessante busetiquette, mensen staan zelden op voor anderen, hooguit voor mensen met kinderen. Wel bieden zittende passagiers hun staande lotgenoten vaak aan hun tas op schoot te nemen. Beter dan niets. Het wordt voller en voller, en altijd komen er nog meer mensen bij. Klauwige handen, met lange, verhoornde nagels houden zich aan alle mogelijke uitsteeksels vast, hun eigenaars hangen half uit de bus. Versleten voeten, ze hebben wel iets weg van olifantspoten, zijn gestoken in vervormde slippers van dezelfde staat. Een man heeft zijn overhemd binnenstebuiten aan. Kleding ziet er in het algemeen fleurig uit bij vrouwen en mannen, maar er zijn ook genoeg mensen die eruit zien alsof ze hetzelfde al dagen dragen.
Dit land heeft een moeizame strijd tussen twee volken gekend en deze geschillen staan een harmonieuze samenleving nog steeds in de weg. Zo laat de eigenaar van mijn accommodatie weten dat hij absoluut geen huurders wil van Singalese afkomst. Dat van een jonge en intelligente kerel. Ontnuchterend. Aan de andere kant, de wereld kent genoeg van dit soort mensen, waarom zou het hier anders zijn? Tussen de bedrijven door maak ik m’n zoveelste nieuwjaarsviering mee, ik bevind me nu al ergens in 2018 als ik me niet vergis. Iedereen viert dat op zijn eigen manier, hier wordt onder meer een nieuwe pannenset in gebruik genomen. De melk kookt, hoera. De eerste lichting rijst van het jaar met de nieuwe set!
Tempelen, eerder werd ik gedwongen tot de aankoop van een gewaadachtige doek (waarbij ik een dealtje tussen de bewaker en de verkoper vermoedde) om mijn tot-de-knie- bedekte benen te verhullen. Dit maal ontspring ik de dans, alleen vrouwen moeten eraan geloven. Het zand is heet, de voeten bloot. Niet de beste combinatie. Strategisch lopen, rennen van schaduw naar schaduw. Binnen is net een ritueel gaande, het is bijna alsof er een katholieke mis opgedragen worden bij een soort altaar. Op bepaalde momenten reageert de biddende menigte met instemmende geluiden. Ritmische begeleidingsklanken (om de term muziek niet te gebruiken) worden voortgebracht door de muzikanten in een hoek. Mensen reiken naar de voorbijgedragen vlammen, het is net alsof ze een poging doen deze te pakken en in zich op te nemen. Met verf worden voorhoofden bestipt, mensen vangen een vocht op met hun hand en slurpen het op. De intense beleving van de mensen is zoals altijd weer indrukwekkend.
Ik was van tevoren wat sceptisch, maar met 3 personen op een scooter is best te doen. Erg knus. Vliegende beesten ter grote van een klein vliegtuig zijn suïcidaal vastbesloten mij tijdens de rit op onbeschermde delen van mijn gezicht te raken en daar slagen ze aardig in. In dit gedeelte van het land wonen veel moslims, het straatbeeld bestaat voornamelijk uit mannen en kinderen. Vissershutjes bestaan uit niet meer dan palmtakken en bladeren. Een groep mannen staat vanaf het strand met vereende krachten netten uit zee te trekken. Een van de vissers gebaard te helpen. De vangst wordt uit het net geplukt, ik houd het voor gezien. Zwaar. De stranden zijn zo goed als verlaten en zien er van een afstandje goed uit, maar bevatten zonder uitzondering afval.
Klamboes zijn mooie uitvindingen, maar op een of andere manier slaagt menig mug er toch in zich een weg te banen naar mijn bloed. De uitgang is minder eenvoudig te vinden, een ochtendlijke vergelding vindt dan ook elke dag plaats. Meer beestjes, ditmaal zoek ik ze zelf op. Onderwater. Enkele duiken zijn goed voor kreeften, murenen, barracuda’s en als hoogtepunt een gang van 3 zwartpuntrifhaaien. Maar eerlijk is eerlijk, die zie ik tijdens het snorkelen. Op zoek naar meer. Met de boot erop uit, walvissen spotten. De extase wanneer er in de verte een fontein omhoog spuit is onverwachts groot. Ik kijk naar het grootste dier op aarde, de blauwe vinvis. Nouja, naar z’n rug. Maar wat een ervaring. Ook bestaat er nog de mogelijkheid dolfijnen te zien, deze verstoppen zich echter traditiegetrouw (ik onderneem met tussenpozen al minstens 10 jaar dolfijn-spot-tochten, score: 0). Er moet tenslotte iets te zien blijven.
-
27 April 2015 - 11:05
Jordi :
De laatste. Ergo, zaterdag 2 mei land ik ergens in de middag op Schiphol. Tot ziens. -
27 April 2015 - 12:59
Winny:
Ha die Jor
Heb t gehoord.
Goeie reis terug.
We zijn erg benieuwd naar zeker ook foto's en natuurlijk naar jou -
27 April 2015 - 13:10
Yvon:
Hoi Jordi, wat weer een pracht verhaal. Dat van die dolfijnen komt bekend voor. We gaan wel een keer naar Harderwijk! Goede reis en tot zaterdag. XXX
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley